“Succes voorschool valt of staat met leidster”

VrouwDe overtuiging dat de kwaliteit van de leidster/leerkracht op een voorschool cruciaal is, lijkt breed gedragen te worden door deskundigen. Haar rol is volgens hen doorslaggevend voor het slagen van het voorschoolse onderwijs.

Zo vindt ook Cathy van Tuijl:

“De methodische insteek (”nu even een half uurtje het programma”) moet plaatsmaken voor het besef bij leidsters en hun leidinggevenden dat zowel een programma als alledaagse interacties een bijdrage kunnen leveren aan taalontwikkeling mits de leidster daarin een actieve rol inneemt. Een goed VVE-programma is zonder meer een hulpmiddel voor leidsters om hun taalaanbod te verrijken, maar ook niet meer dan dat.”

“De sociaal-emotionele ontwikkeling is naast de taal- en denkontwikkeling een belangrijke factor voor een goede schoolloopbaan. Juist de combinatie van cognitieve en taalvaardigheden met een juiste werkhouding, doorzettingsvermogen en inzet zorgt voor succes in het leven. Ook op dit punt is de kwaliteit van de leidsters minstens zo belangrijk als het didactische programma. Het gaat dan om opleiding en vaardigheid om een rijke leeromgeving (inclusief taalaanbod) te bieden. Vooral de vaardigheid om emotionele en instructionele ondersteuning te bieden aan kinderen met achterstand (Curby, Rimm-Kaufman, & Ponitz, 2009) beïnvloedt de taalontwikkeling. Daaraan kan niet voldoende aandacht besteed worden.”

Ook Judi Mesman legt de nadruk op de rol van de pedagogisch medewerker:

“Wat je nu ziet, is dat er diverse VVE-methoden zijn ontwikkeld, met prachtige – ik zeg dit zonder ironie – spulletjes, mappen, materialen en activiteiten, maar één ding is daarbij enigszins vergeten: dat de leidster of pedagogische medewerker de hele dag door een stimulerende en uitnodigende houding moet hebben.”

“Het heeft weinig zin als je een uurtje heel precies volgens een bepaalde methode werkt en de rest van de ochtend nauwelijks of niet adequaat reageert als een kind wat zegt, geen dingen benoemt waarmee het kind bezig is. Wanneer een kind bij de medewerker komt met een autootje in zijn hand, dan zou er automatisch een reactie van de medewerker moeten komen die past bij waar het kind mee bezig is en op een manier die het kind stimuleert.”

“De Utrechtse onderzoekers concluderen ‘niet de methode, maar de professional bepaalt het succes.’ Hier sluit ik me van harte bij aan. Ik heb in het afgelopen jaar op verschillende plekken lezingen gehouden met de titel ‘De leidster als VVE-methode’. Een leidster die in de dagelijkse omgang met de kinderen stimulerend en sensitief optreedt is eigenlijk een methode op zich. En dan ook nog een methode waarvan al in veel studies is aangetoond dat deze effectief is in het verbeteren van de cognitieve ontwikkeling van kinderen uit risicogroepen.”

Koppelingen

De kwaliteit van de leidsters is minstens zo belangrijk als het didactische programma

(artikel Cathy van Tuijl in Pedagogiek in Praktijk)

Het is waar dat niet alle VVE-programma’s altijd tot aantoonbare positieve effecten leiden. Niet alle programma’s zijn even gedegen. Als VVE-programma’s wel gedegen van opzet zijn, hangt de effectiviteit nog af van implementatie, doelgroep en, last but not least, de leidster.

Leidsters voorschool moeten ook hun vooroordelen overwinnen

(artikel Judi Mesman op Sociale Vraagstukken)

De voorschool kent fraaie methoden en materialen. Dat het effect toch tegenvalt komt vooral omdat de leidsters niet altijd aandacht hebben voor de kinderen en de Nederlandse taal soms onvoldoende beheersen. Ze hebben ook te lage verwachtingen van een kind van een getatoeëerde of gehoofddoekte ouder.